Willem Elsschot, je weet wel, van Villa des Roses, Kaas en Lijmen/Het Been

Willem Elsschot - pen en aquarel
Willem Elsschot – pen en aquarel

Verhaaltje uit de oude doos: toen ik pas van de kunstacademie kwam, had ik wat klanten onder de plaatselijke middenstanders waar ik ‘de reclame’ voor verzorgde. Rond de jaarwisseling meende ik mijn klanten een presentje te moeten geven. Het eerste jaar werd dat een fles champagne waar ik een persoonlijk tintje aan gaf door er een hals-etiket voor te fabrieken. Hoe mooi dat etiket ook was, drank blijft drank, dus langer dan een paar dagen gaf ik mijn cadeautje niet. Het tweede jaar zocht ik naar iets duurzamers, met een beetje een culturele touch. Ik zocht naar iets literairs wat te maken had met reclame. Dat werd dus ‘Lijmen/Het Been’ van Elsschot. Daar lijmde ik schutbladen in waar mijn logo op stond. Was ik geweldig trots op!

Nou kende ik Elsschot wel, had zelfs iets van hem gelezen: Kaas. Bovendien kende ik een dichtregel van hem: ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’ (ja, dat is van Elsschot!). Lijmen/Het Been had ik niet gelezen. Ik wist wel dat die boeken over reclame gingen en dat Elsschot zelf zijn boterham verdiende op een reclamebureau, maar de strekking van die boeken kende ik niet. Internet moest nog worden uitgevonden, dus je kon zo’n boek ook niet even googelen. Had ik de boeken wel gelezen, dan had ik gesnapt dat ze niet direct een warme aanbeveling voor het advertentiewezen zijn. Jij hebt ze waarschijnlijk ook niet gelezen, welnu, ze gaan over een zwendel rond een tijdschrift (het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen) dat géén lezers, maar wel adverteerders heeft. Die adverteerders wordt het vel genadeloos over de oren gehaald. ‘Lijmen’ gaat over het binnenhalen van de adverteerders, ‘Het Been’ over de gevolgen van de zwendel voor één van die adverteerders. Het liep niet goed af. Dat reclamebureau spelen van mij overigens óók niet…

Heel veel later ben ik fan van Willem Elsschot geworden. Zijn verzameld werk lees ik ieder jaar een keer. Een paar romans van hem kent iedereen wel van de middelbare school: Villa des Roses, Kaas en Lijmen/Het Been, maar hij heeft nog veel meer geschreven dat minstens zo mooi is.

Je zou het werk van Elsschot autobiografisch kunnen noemen, omdat je bij elk boek wel iets in zijn leven kunt aanwijzen dat als inspiratie zou hebben gediend. Ik hou niet zo van dat soort interpretaties omdat de romans op zich al mooi genoeg zijn. Op een of andere manier vind ik het bij twee boeken wel relevant, de romans ‘Tjip’ en ‘De Leeuwentemmer’ gaan over zijn kleinzoon, die hij lijkt kwijt te raken aan Tjips vader die hem naar Polen ontvoert. Alles komt hier wel goed, lees maar.

Elsschot schreef naast zo’n tien romans ook gedichten. De beroemde regel ‘… tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’ komt uit het gedicht Het Huwelijk. Dat gaat over een man die ziet hoe zijn vrouw die eens een spetter was, langzaam uitdooft. Hij mijmert er over haar uit haar lijden te verlossen, maar ja: ‘… doodslaan deed hij niet want tussen droom en daad…’. Heel het gedicht (ál zijn gedichten…) staat vol fantastische regels, hoe cru ze soms ook zijn. Wat dacht je van ‘hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren’. Hoe wrang, hoe waar…

Zijn gedichten hebben Elsschot overigens de das om gedaan. Op latere leeftijd, toen hij als schrijver eindelijk de eer kreeg die hem toekwam, schreef hij een gedicht (‘Borms’) over een Vlaams nationalist die veroordeeld werd wegens collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat werd Elsschot bijzonder kwalijk genomen. Nu, in 2017, in Nederland, kun je niet invoelen hoe dat soort dingen lagen in 1947 in Belgie. Toendertijd werd het als collaboratie-na-de-oorlog gezien.

Elsschot liet zich na zijn studententijd, toen hij fanatiek Vlaams-nationalist was, niet met politiek in. Ik denk wel dat hij meestal ‘aan de goede kant stond’. Hij heeft naast ‘Borms’ nog een gedicht geschreven naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. In 1934 schreef hij ‘Van de Lubbe’, die toen die werd geëxecuteerd op de beschuldiging de Rijksdag in Berlijn in brand te hebben gestoken. Elsschot voorzag toen al hoe de horreur in Duitsland zou eindigen:

Moog je geest in Leipzig spoken
tot die gruwel wordt gewroken,
tot je beulen, groot en klein,
door den Rus vernietigd zijn.

Technische informatie

Het formaat van de illustratie is ongeveer 18 bij 24 centimeter. Ik heb hem geschilderd op 300 grams papier van Fabriano (Watercolor Studio) met Oostindische inkt en aquarelverf van Winsor&Newton.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *