Vlaamse gaai

Op de lagere school leerden we schrijven met kroontjespennen van Perry&Co, London. Die waren per 144 stuks verpakt in een mooi zwart kartonnen doosje. Als het doosje leeg was – één, hooguit twee keer per jaar kwam dat voor – werd het verloot. Iedereen wilde het wel hebben. Mijn handschrift was om te huilen en ik haatte kroontjespennen hartgrondig, maar misschien juist daarom: het eerste doosje won ik.

Tja, daar sta je dan met zo’n doosje. Wat moet je er in ’s hemelsnaam mee? Nou, het was precies groot genoeg  om mijn verzameling tover-veertjes in te bewaren. Kleine zwart-met-blauwgestreepte vogelveertjes die ik af en toe vond in het Patersbos, het bos rond het klooster van de paters Augustijnen,  twee straten bij ons huis vandaan. De hoofdattractie van het bos waren de beukennootjes, maar die waren er alleen in de herfst. Een toverveertje kon je het hele jaar door vinden. Je moest wel veel geluk hebben. Een keer of vier, vijf, trof je er een.

Nooit vroeg ik me af waar ze vandaan kwamen. Beukennootjes kwamen van de beukenbomen, toverveertjes niet van de toverveertjesboom, dan zou je er wel meer vinden. Het duurde nog jaren voor ik voor het eerst een Vlaamse gaai zag. Dat viel tegen, want ze waren niet spectaculair zwart met blauw, maar tamelijk saai bruin met zwart en wit. Van die schitterende toverveertjes hadden ze er maar één in hun vleugel. Die knalde er uit.

Het doosje met de veertjes raakte ik al lang gleden kwijt. De betovering verbroken – te vaak verhuisd, kun je ook zeggen. Veertjes verzamel ik niet meer, Vlaamse gaaien zie ik tegenwoordig des te meer. Ik woon tegenover een park waar er tientallen zitten. In sommige gedeelten in Almere, bijvoorbeeld het Cirkelbos, lijken ze zelfs talrijker dan eksters.

De Vlaamse gaai is niet mijn aller-dierbaarste vogel. Dat blijft het puttertje. Een mooie tweede plaats heeft-ie, dat wel. Laatst kwam ik een foto (van Leo Snellink) tegen van een Vlaamse gaai die uit de hand eet. Ga ik ook eens proberen.

 

(Tussen haakjes: je moet ze tegenwoordig ‘gaai’ noemen en niet ‘Vlaamse gaai’.  Aanstellerige nieuwlichterij, doe ik mooi niet aan mee.)

Technische informatie

Het formaat van de illustratie is 15 bij 20 centimeter. Ik heb hem geschilderd op 300 grams papier van Fabriano (Watercolor Studio) met aquarelverf van Winsor&Newton.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.